Toen de heg nog een supermarkt was
“Als je eenmaal anders leert kijken naar de natuur, ontdek je dat overvloed vaak dichterbij is dan je dacht.” – Column Carpe Vitam klimaatburgemeester Dewy
De supermarkt van mijn jeugd
Als kind keek ik ieder jaar uit naar de hazelnoten in het boshoekje naast school. Hetzelfde bosje waar we verstoppertje speelden, hutten bouwden en uren konden rondzwerven zonder dat iemand zich afvroeg waar we eigenlijk uithingen. Zodra de eerste noten verschenen, begonnen we al te plukken. Vaak veel te vroeg.

De noten verdwenen vervolgens in de la van ons schooltafeltje. Sommige kregen na een tijdje een klein gaatje en bleken leeg gegeten door een hazelnootboorder. Dat was pech. Maar soms was het kassa. Dan kraakte je de noot open en had je een perfecte hazelnoot te pakken. Zelf gevonden, zelf geraapt en – althans in mijn beleving – veel lekkerder dan uit de winkel.
Die verwondering dat je zomaar iets uit de natuur kon plukken, maakte het misschien nog wel het meest bijzonder.
Pas veel later realiseerde ik me dat die hazelaars onderdeel waren van iets wat vroeger heel normaal was. Onze omgeving was niet alleen een plek om te spelen, maar ook een plek waar voedsel groeide. De natuur werkte vóór de mens, in plaats van andersom.

Onze grootouders wisten dat vaak nog veel beter dan wij. Ze kenden de plekken waar de bramen groeiden, maakten siroop van vlierbloesem, verzamelden rozenbottels voor thee en wisten precies wanneer de hazelnoten rijp waren. Laatst vertelde iemand mij over berkenwijn: een oude traditie waarbij de wijn in de grond werd bewaard en rond de aardappeloogst weer werd opgegraven om samen te drinken na het zware werk.
De heg was niet alleen een erfafscheiding, het was een supermarkt vol gratis seizoensproducten. Misschien zijn we die kennis onderweg een beetje kwijtgeraakt.
Gelukkig zie ik die nieuwsgierigheid weer terugkomen. Onlangs maakten de Jeugdvoedselboswachters bij Carpe Vitam, ons voedselbos in Elim, hun eigen muntlimonade van verse munt. We maakten bloemenboter met eetbare bloemen en bakten brownies en wafels met brandnetel. Wat mij het meest raakte, was niet het eten zelf.
Het waren de gezichten van de kinderen.

De verwondering dat iets wat je normaal voorbijloopt ineens onderdeel kan zijn van een maaltijd. Het enthousiasme waarmee ze hun eigen creaties maakten en vol trots aan hun ouders lieten proeven. Dat zijn herinneringen die een leven lang meegaan. Precies zoals de hazelnoten in mijn schoolla nog altijd in mijn geheugen zitten.
Misschien hoeven we niet terug naar vroeger. Maar er zit wel iets waardevols in die oude kennis. Weten waar voedsel vandaan komt. Weten wat er groeit in je eigen omgeving. En ontdekken dat de natuur soms veel meer te bieden heeft dan we denken.
Misschien begint het met een hazelnoot in een boshoekje naast school. Of met een wandeling waarbij je ineens ziet hoeveel eetbaars er eigenlijk om je heen groeit.
Meer dan nostalgie
Toen ik me steeds verder verdiepte in permacultuur, begon ik iets op te vallen. Vrijwel iedere plant die ik als kind kende, bleek veel meer functies te hebben dan ik ooit had gedacht. De hazelaar gaf niet alleen noten voor mensen. Hij was ook één van de eerste struiken die in het voorjaar bloeide en daarmee een belangrijke voedselbron voor bestuivende insecten. Eekhoorns, gaaien en muizen profiteren van de noten, terwijl vogels beschutting vinden tussen de dichte takken.
Dat zie je eigenlijk overal in de natuur terug. Waar wij vaak één functie zien, heeft de natuur er meestal tien.
Een vlier is niet alleen een struik met bloesem. Hij levert siroop, jam, gelei en zelfs beignets van de bloemen. Tegelijkertijd is hij een belangrijke voedselbron voor vogels en insecten. Een brandnetel is niet alleen een plant waar je je aan prikt. Hij zit boordevol mineralen, is heerlijk in soep, pesto of brownies én vormt de kraamkamer van vlinders zoals de dagpauwoog, atalanta en kleine vos.
Misschien is dat wel één van de mooiste lessen die de natuur ons kan geven. Overvloed ontstaat niet doordat één plant heel veel doet, overvloed ontstaat doordat alles met elkaar samenwerkt.
De heg als levend ecosysteem
Na die hazelnoten begon ik steeds vaker anders naar heggen en bosranden te kijken. Vroeger zag ik vooral een groene afscheiding. Tegenwoordig zie ik een compleet ecosysteem. Een plek waar voedsel groeit, vogels broeden, insecten overwinteren en kleine zoogdieren veilig kunnen schuilen.
Eigenlijk is een goed aangeplante heg een klein voedselbos in het klein.
Dat is misschien ook wel de reden waarom onze voorouders zoveel waarde hechtten aan gemengde heggen. Natuurlijk hielden ze het vee binnen de wei en de wind uit de tuin, maar tegelijkertijd leverden ze het hele jaar door voedsel, hout, kruiden en nestgelegenheid. Zonder dat iemand daar kunstmest, bestrijdingsmiddelen of irrigatie voor nodig had.
Hoe langer ik me erin verdiep, hoe meer respect ik krijg voor die oude kennis. Niet omdat vroeger alles beter was, maar omdat mensen noodgedwongen goed moesten kijken naar wat de natuur hen te bieden had. Ze werkten mét de seizoenen in plaats van ertegenin.
De supermarkt van vroeger
Als je een gemiddelde inheemse heg bekijkt, ontdek je al snel dat bijna iedere struik wel ergens voor gebruikt werd.
🌰 Hazelaar (Corylus avellana)
Voor mij blijft de hazelaar de plant van mijn jeugd. Nog steeds moet ik glimlachen als ik een bosrand zie vol noten. Maar de hazelaar doet veel meer dan alleen mensen van noten voorzien.
Al heel vroeg in het voorjaar verschijnen de katjes, een belangrijke bron van stuifmeel voor bijen en andere bestuivers die na de winter weer actief worden. De noten zijn geliefd bij eekhoorns, gaaien, boomklevers en verschillende muizensoorten. Veel dieren leggen zelfs wintervoorraden aan. Een deel daarvan wordt vergeten, waardoor nieuwe hazelaars kunnen ontkiemen. De natuur plant zichzelf.
Voor mensen zijn hazelnoten een bron van gezonde vetten, eiwitten, vitamine E en mineralen. Misschien niet voor niets dat kinderen ze vroeger massaal verzamelden.
Probeer ook eens de Rote zellernoot, een rode hazelaar met hele grote hazelnoten.

🌸 De vlier, misschien wel de meest veelzijdige struik van Nederland
Iedere keer als de vlier bloeit, moet ik mezelf een beetje inhouden. Die enorme witte bloemschermen ruiken heerlijk en ik zie meteen allerlei mogelijkheden voor siroop, limonade en natuurlijk gefrituurde vlierbloesem. Maar de vlier is veel meer dan een lekkere struik.
De bloemen trekken talloze bestuivers aan en later in het jaar vormen de donkerpaarse bessen een belangrijk voedsel voor vogels. Vroeger werden de bloesems verwerkt tot siroop, de bessen tot sap, jam en wijn. Er bestaan zelfs verhalen dat een vlier nooit zonder reden op een erf stond; hij hoorde bij het dagelijks leven.
Wat ik mooi vind, is dat één struik zoveel seizoenen iets te bieden heeft. In het voorjaar bloesem, in de zomer schaduw en in het najaar bessen. Dat is overvloed creëren, zonder dat je ieder jaar opnieuw hoeft te zaaien.

🌿 Brandnetel, de meest onderschatte plant van Nederland
Brandnetels hebben niet de beste reputatie. Als kind wist ik vooral dat je ze beter kon ontwijken. Toch zijn ze misschien wel één van de waardevolste planten die we hebben.
Toen ik ontdekte dat je er pesto, soep, brownies, wafels en pannenkoeken van kunt maken, veranderde mijn beeld compleet. Tijdens activiteiten met de Jeugdvoedselboswachters zie ik dezelfde reactie. Eerst kijken de kinderen me een beetje ongelovig aan.
“Echt? Van brandnetels?”
En even later staan ze trots een brownie te proeven.
Maar ook hier houdt het verhaal niet op bij eten. Brandnetels zijn onmisbaar voor verschillende vlindersoorten. De rupsen van de dagpauwoog, kleine vos, atalanta en landkaartje kunnen zich zonder brandnetels nauwelijks ontwikkelen. Wat voor ons soms een lastig plantje lijkt, is voor hen letterlijk van levensbelang.

🍇 Bramen, rozenbottels en vergeten smaken
Bramen plukken is voor veel mensen pure nostalgie. Vieze handen, een paar doornen en uiteindelijk een bakje dat thuis nooit helemaal vol aankwam omdat er onderweg al zoveel verdwenen waren.
Ook rozenbottels zie je steeds vaker alleen nog als sierstruik, terwijl ze vroeger veel werden gebruikt voor thee, siroop en jam. Ze bevatten opvallend veel vitamine C en waren in de winter een welkome aanvulling op het menu.
En dan zijn er nog sleedoorn, meidoorn, kornoelje en de Gelderse roos. Planten waar de meeste mensen achteloos langs lopen, maar die samen een enorme bijdrage leveren aan biodiversiteit én vroeger onderdeel waren van het dagelijkse leven.
Misschien is dat wel wat mij zo aanspreekt aan voedselbossen en permacultuur. Je hoeft de natuur niet opnieuw uit te vinden. Vaak hoef je alleen maar opnieuw te ontdekken wat er al eeuwenlang groeit.
Van verwondering naar zelf doen
Misschien is dat wel wat mij het meeste raakt tijdens activiteiten bij Carpe Vitam. Niet dat kinderen leren hoe een plant heet, maar dat ze ontdekken dat de natuur veel dichter bij hun dagelijks leven staat dan ze ooit hadden gedacht.
Tijdens een middag met de Jeugdvoedselboswachters lopen we naast een strak lesprogramma ook lekker door het voedselbos. We dwalen, kijken, ruiken., proeven, en juist dan ontstaan de mooiste gesprekken.
“Kun je dit echt eten? Ruikt dit echt naar citroen? Mag ik deze bloem proeven?”
Dat zijn de momenten waarop nieuwsgierigheid ontstaat. Niet omdat ik vertel hoe het zit, maar omdat kinderen het zelf ontdekken.
Laatst maakten we samen muntlimonade van verschillende soorten munt uit het voedselbos. We klopten bloemenboter met eetbare bloemen uit de tuin en bakten brownies en wafels waarin brandnetels waren verwerkt. Eerst was er ongeloof. Daarna voorzichtig proeven. En uiteindelijk stonden dezelfde kinderen trots hun creaties aan hun ouders te laten proeven.
Dat zijn misschien wel de mooiste oogsten van allemaal, geen kilo’s groenten, maar herinneringen.
Core memories, zoals ze tegenwoordig zeggen.
Ik hoop stiekem dat één van die kinderen over twintig jaar langs een vlierstruik of hazelaar loopt en ineens weer terugdenkt aan die middag in het voedselbos. Net zoals ik nog steeds terugdenk aan de hazelnoten in mijn schoolla.
Permacultuur begint met anders kijken
Toen ik me jaren geleden ging verdiepen in permacultuur, dacht ik eerlijk gezegd dat het vooral over tuinieren ging. Inmiddels weet ik dat het veel meer is dan dat.
Permacultuur leert je vooral anders kijken. Niet naar wat een plant is, maar naar wat een plant doet.
Een hazelaar geeft niet alleen noten. Hij biedt voedsel aan mensen, vogels en eekhoorns. Zijn vroege bloei helpt bestuivers op gang. Zijn wortels houden de bodem vast en zijn takken bieden beschutting aan talloze dieren.
De vlier doet precies hetzelfde. Hij bloeit uitbundig voor insecten, draagt bessen voor vogels en levert ons bloemen voor siroop, limonade en beignets.
Zelfs een brandnetel blijkt ineens een onmisbare schakel te zijn voor vlinders én een verrassend ingrediënt in de keuken.
Dat noemen we binnen de permacultuur het stapelen van functies. Eén element vervult meerdere taken tegelijk. Daardoor ontstaat een systeem dat niet alleen productiever is, maar ook veerkrachtiger. Eigenlijk doet de natuur dat al miljoenen jaren.
Wij zijn het alleen een beetje vergeten.
Kleine ontdekkingen, grote gevolgen
Wat mij misschien nog wel het meeste verbaast, is hoe één kleine ontdekking je blik blijvend kan veranderen. Voor mij begon dat met een hazelnoot. Later was het de lisdodde langs een sloot.
En inmiddels gebeurt het bijna dagelijks. Ik loop ergens en denk: hé… daar groeit ook daslook... die meidoorn staat prachtig in bloei... die vlier is bijna rijp... zo bijzonder dat de linde boom ook familie is van de cacaoboom.
Niet omdat ik bewust op zoek ben, maar omdat ik heb geleerd om anders te kijken en dat gun ik iedereen. Omdat je omgeving zoveel rijker wordt als je haar leert kennen. Een wandeling verandert dan ineens in een ontdekkingstocht, een heg wordt een voedselbron, een berm een bloemenbuffet voor insecten en een bosrand een plek vol herinneringen.
Misschien is dat uiteindelijk wel de grootste opbrengst van permacultuur.
Niet meer oogst. Maar meer verwondering.
Recept uit het voedselbos
Gefrituurde vlierbloesem
Iedere keer als de vlier bloeit, moet ik mezelf een beetje inhouden om niet overal bloesem te plukken. Niet alleen omdat de geur heerlijk is, maar ook omdat de bloesem zich verrassend goed leent voor allerlei recepten. De meeste mensen kennen vlierbloesemsiroop, maar mijn favoriet blijft toch de ouderwetse gefrituurde vlierbloesem.
Een eenvoudig recept dat laat zien hoe bijzonder onze inheemse natuur eigenlijk is.
Ingrediënten
- 8 verse schermen vlierbloesem
- 100 gram bloem
- 1 ei
- 150 ml bruiswater
- snufje zout
- zonnebloemolie om te frituren
- poedersuiker of fijne vlierbloesemsuiker
Bereiding
Controleer de bloesem voorzichtig op kleine insecten, maar was de schermen liever niet. Zo blijft het stuifmeel behouden en daarmee ook een groot deel van de geur en smaak.
Meng bloem, ei, bruiswater en een snufje zout tot een luchtig beslag.
Verhit de olie tot ongeveer 180 °C.
Doop de bloemschermen voorzichtig in het beslag en frituur ze één tot twee minuten goudbruin.
Laat uitlekken op keukenpapier en bestuif licht met poedersuiker.
Serveer direct.
Ze smaken heerlijk als dessert, bij de koffie of gewoon tijdens een zomerse wandeling door het voedselbos.

Zelf op ontdekking
Ik merk dat mensen vaak denken dat je voor een voedselbos veel grond nodig hebt. Maar eigenlijk begint het veel kleiner: Met nieuwsgierigheid.
Loop de volgende keer eens bewust door je eigen straat, langs een houtwal of door een park. Hoeveel planten herken je? Welke struiken bloeien, dragen straks vruchten en welke insecten zie je erop?
Misschien ontdek je wel dat jouw eigen buurt veel rijker is dan je ooit hebt gedacht. Voor mij begon dat ooit met een hazelnoot in een schoolla. Misschien begint het voor jou met een vlierbloesem of een braam langs het fietspad.
links en bronnen die o.a. gebruikt zijn voor dit blog:
Flora van Nederland – Hazelaar (Corylus avellana) | Flora van Nederland – Grote brandnetel | De Vlinderstichting – Brandnetel als waardplant | De Vlinderstichting – Vlier | Wetenschappelijke basis toepassing permacultuur
Ben je nieuwsgierig geworden naar de planten uit deze column? Hierbovenvind je een aantal betrouwbare bronnen waarmee je zelf verder kunt lezen. Ik kies bewust voor onafhankelijke kennisinstituten en wetenschappelijk onderbouwde informatie en motiveer iedereen zoveel mogelijk ook zelf onderzoek uit te voeren.

Dewy is sinds 2025 klimaatburgemeester voor de gemeente Hoogeveen. Ze zoekt actief de verbinding tussen mens, natuur, duurzaamheid en circulair denken. Heb je vragen, ideeën of wil je ergens mee aan de slag? Spreek haar gerust aan. Als klimaatburgemeester luistert en denkt ze graag mee. Haar doel: inwoners van onze gemeente helpen bouwen aan een gezonde leefomgeving en toekomstbestendig Hoogeveen en voor iedereen.
Of bekijk een de gratis evenementen die ze host bij Carpe Vitam.






